Peter Boot (e)k Jos Vos(r)en Het hoofdkussenboek liburuaren kritika egin du
Te veel kledingstukken en onbestemde gedichten
3 izar
Ik geef dit boek drie sterren. Het voelt een beetje als heiligschennis: een boek uit de tiende eeuw, een egodocument, in de volkstaal, van een intelligente vrouw, zo levendig alsof het gisteren geschreven is, wijd en zijd beroemd en geprezen, maar toch vond ik het een beetje saai. Leuk in dit boek zijn de merkwaardige lijstjes, zoals 'Dingen die je in verlegenheid brengen' (voorbeeld: 'een mannenhart'), 'Onmachtige dingen' (voorbeeld: 'een mannetje van niets dat uitvaart tegen zijn bedienden'), of 'Dingen die ongelegen komen' (voorbeeld: 'Je zit lekker te roddelen en spreekt kwaad van een bepaald iemand, maar een kind heeft alles gehoord en gaat het netjes overbrieven aan de persoon in kwestie'.) Daarnaast bevat het boek episoden uit het leven van de schrijfster, die hofdame was van één van de echtgenotes van de keizer. Af en toe zijn die episodes informatief over de naar ons idee curieuze zeden aan het …
Ik geef dit boek drie sterren. Het voelt een beetje als heiligschennis: een boek uit de tiende eeuw, een egodocument, in de volkstaal, van een intelligente vrouw, zo levendig alsof het gisteren geschreven is, wijd en zijd beroemd en geprezen, maar toch vond ik het een beetje saai. Leuk in dit boek zijn de merkwaardige lijstjes, zoals 'Dingen die je in verlegenheid brengen' (voorbeeld: 'een mannenhart'), 'Onmachtige dingen' (voorbeeld: 'een mannetje van niets dat uitvaart tegen zijn bedienden'), of 'Dingen die ongelegen komen' (voorbeeld: 'Je zit lekker te roddelen en spreekt kwaad van een bepaald iemand, maar een kind heeft alles gehoord en gaat het netjes overbrieven aan de persoon in kwestie'.) Daarnaast bevat het boek episoden uit het leven van de schrijfster, die hofdame was van één van de echtgenotes van de keizer. Af en toe zijn die episodes informatief over de naar ons idee curieuze zeden aan het Japanse hof van die tijd. Maar er wordt wel heel veel ruimte besteed aan wat mij betreft totaal oninteressante zaken als de kleur, het materiaal en het aantal lagen boven- en onderkleding die de verschillende personen dragen. Wat ook heel vermoeiend is, is dat er steeds regels uit klassieke Japanse en Chinese gedichten worden geciteerd (de vertaler brengt ze allemaal thuis), die de vertelster dan herkent en en als aanleiding gebruikt voor een eigen gedicht dat alom in de smaak valt. Wat er mooi is aan die gedichten ontgaat mij; dat ligt ongetwijfeld aan mij. En dan de dweperij met de keizer en de keizerin, gecombineerd met de verachting voor het gewone volk: er is hier te veel dat mij niet bekoort.